
Bij de keuze van een raaigrasras kijkt u naar eigenschappen als opbrengst, hergroei, standvastigheid en voederwaarde. Ook de keuze tussen diploïd en tetraploïd speelt daarbij een rol. Maar wat is nu precies het verschil en welk type past het beste bij uw bedrijf?
Wat is het verschil tussen diploïd en tetraploïd raaigras?
Het verschil tussen diploïd en tetraploïd raaigras begint bij de plant zelf. Een diploïde plant heeft twee sets chromosomen, 14 in totaal. Een tetraploïde plant heeft vier sets, 28 in totaal. Door dit verschil ontstaan duidelijke verschillen in plantopbouw en groei.
Diploïde rassen hebben over het algemeen meer en kleinere spruiten en vormen daardoor een dichtere zode. Tetraploïde rassen maken minder, maar grotere spruiten en hebben grotere bladeren. Ook onder de grond zijn verschillen te zien. Diploïde rassen hebben over het algemeen een fijner en sterker vertakt wortelstelsel, terwijl tetraploïde rassen vaak grovere wortels maken. Hoe diep de wortels uiteindelijk komen, hangt daarnaast sterk af van het ras en de bodem.
Een handige manier om het verschil te onthouden is D voor Diploïd & Density en T voor Tetraploïd & Tasty.
Diploïd raaigras: een dichte en stevige zode
Diploïde raaigrassen maken meer uitstoeling en vormen daardoor een dichtere zode. Daarom zijn diploïde rassen vooral bij beweiding interessant. De grasmat krijgt dan veel te verduren door het grazen en de vertrapping door de koeien. Een dichte zode kan hier beter tegen en geeft onkruiden minder ruimte om zich te vestigen.
Door de fijne plantopbouw passen diploïde rassen goed bij percelen waar een stevige, gesloten grasmat belangrijk is.




Tetraploïd raaigras: smakelijk en goed verteerbaar
Tetraploïde raaigrassen maken minder uitstoeling dan diploïde rassen. Daar staat tegenover dat de spruiten en bladeren groter zijn. De planten worden daardoor groter en de zode is wat opener.
Tetraploïde rassen kunnen onder goede groeiomstandigheden relatief veel suiker opbouwen. Het gras is daardoor vaak smakelijk. Daarnaast staat tetraploïd bekend om een goede verteerbaarheid, waardoor het interessant is voor een rantsoen waarin veel gras wordt opgenomen.
Diploïd of tetraploïd: kies op basis van het gebruik
De keuze tussen diploïd en tetraploïd raaigras begint bij de manier waarop u het grasland gebruikt. Bij intensieve beweiding kan een dichte, stevige zode een belangrijk voordeel zijn. Dan ligt een diploïd ras voor de hand. Bij maaien of wanneer voederkwaliteit en smakelijkheid zwaar meewegen, kunnen de eigenschappen van tetraploïde rassen interessant zijn.
Toch is de keuze niet zo eenvoudig als beweiden = diploïd en maaien = tetraploïd. Diploïd of tetraploïd is een belangrijke eigenschap om mee te nemen in uw keuze, maar zeker niet de enige. Binnen beide typen verschillen rassen in opbrengst, hergroei, standvastigheid, suikergehalte, verteerbaarheid en voederwaarde.
Wilt u weten welk diploïd of tetraploïd raaigras het beste bij uw perceel past? Kijk dan niet alleen naar het type raaigras, maar ook naar de verschillende rassen. De juiste rassenkeuze hangt af van uw grondsoort, gebruik en teeltplan. Twijfelt u over welke rassen bij u en uw percelen passen? Vraag advies aan over graszaad of neem eenvoudig contact op met onze specialist graszaden Wout via wout@btndehaas.nl of bel 06-81377995.



