
U voert uw koeien goed ruwvoer, stelt een uitgebalanceerd rantsoen samen en stuurt op productie. Toch heeft u het gevoel dat er meer in het voer zit dan eruit komt. Dat kan zeker kloppen. Een koe benut namelijk nooit alle voedingsstoffen uit ruwvoer. Vooral de celwandstructuren van planten vormen een belangrijke beperkende factor in de vertering.
Gelukkig zijn er manieren om dit rendement te verbeteren. Door slim gebruik te maken van fermenten, B-vitamines en spoorelementen kunt u de benutting van uw voer verhogen, de penswerking optimaliseren en uiteindelijk meer melk uit dezelfde kilo’s ruwvoer halen.
Waarom haalt een koe niet alles uit het voer?
Planten bestaan uit twee delen: de celinhoud en celwand. De celinhoud, zoals zetmeel, suikers en eiwitten, is goed verteerbaar en levert snel energie voor melkproductie. De celwand daarentegen bestaat uit cellulose, hemicellulose en lignine en is een stuk lastiger af te breken.
Met de Van Soest-analyse wordt dit precies gemeten:
- NDF (Neutral Detergent Fiber): totale aandeel celwand
- ADF (Acid Detergent Fiber): cellulose + lignine
- ADL (Acid Detergent Lignin): lignine, nagenoeg onverteerbaar
Met name lignine vormt een barrière. Lignine beschermt de celwand en maakt het de koe lastig om bij de celinhoud te komen. Daarom haalt een koe nooit alles uit een plant. Hoe hoger het ADL-gehalte, hoe minder van de energie en eiwitte uit de plant worden benut. Gemiddeld genomen is het lignine gehalte 3-6% maar kan oplopen tot 10% bij zeer verouderde gewassen (van Soest, 1994). Door de aanwezige lignine (ADL) kan een koe 5-15% van de energie en eiwitten uit het ruwvoer niet benutten.
Hoe fermenten de vertering verbeteren


Fermenten spelen een directe rol in het beter benutten van ruwvoer. Deze enzymen helpen namelijk de afbraak van celwanden in het voer te versnellen. Ze helpen pensmicroben om cellulose, hemicellulose en andere moeilijk verteerbare structuren beter af te breken. Hierdoor komt meer zetmeel, suiker en eiwit uit de celinhoud vrij voor de koe, wat leidt tot meer vluchtige vetzuren, hogere melkproductie en betere voerefficiëntie (Arriola et al., 2017).
Dit effect is niet alleen theoretisch, maar vertaalt zich concreet naar wat er in de pens gebeurt. Doordat meer celinhoud vrijkomt, stijgt de productie van vluchtige vetzuren, de belangrijkste energiebron voor de koe. Tegelijkertijd neemt de microbiële activiteit toe, wat resulteert in een hogere productie van microbieel eiwit. Zoals met alles,
Ook de opname van organische stof verbetert, simpelweg omdat het voer beter verteerbaar wordt gemaakt. Op bedrijfsniveau betekent dit dat u meer haalt uit dezelfde kilo’s ruwvoer. De voerefficiëntie neemt toe, omdat er minder nutriënten verloren gaan via de mest en meer wordt omgezet in melk. In de praktijk ziet u dit terug in een hogere melkgift en een constantere productie, zonder dat u direct hoeft te sturen op meer voer. Juist dat maakt fermenten interessant: ze verhogen het rendement van wat u al voert.
Fermenten vs gisten: een belangrijk verschil
Hoewel fermenten en gisten vaak in één adem worden genoemd, vervullen ze een duidelijk andere rol in de pens. Fermenten zijn enzymen en werken rechtstreeks op het voer zelf. Ze breken specifieke onderdelen van de plantstructuur af en maken voedingsstoffen toegankelijker en beter verteerbaar. Gisten daarentegen zijn levende micro-organismen die de pensflora aanvullen. Ze helpen onder andere bij het:
- Verwijderen van zuurstof.
- Ondersteunen de groei van nuttige bacteriën, waardoor de pensfermentatie stabieler wordt.
- Indirect stimuleren van de vertering door de groei van andere nuttige bacteriën te ondersteunen.


Het verschil zit dus in de aanpak: fermenten verbeteren de toegankelijkheid van het voer, terwijl gisten de pensactiviteit stimuleren. In de praktijk kunnen ze elkaar versterken, maar het is belangrijk om dit onderscheid scherp te hebben bij het maken van keuzes in uw rantsoen.
Spoorelemenen voor optimale pensbacteriën
De pens van een koe is een drukke fabriek waarin microben continu bezig zijn om het voer om te zetten in energie en bouwstoffen voor melk en groei. Voor een optimale werking hebben deze pensmicroben niet alleen vezels en suikers nodig, maar ook essentiële spoorelementen. Deze mineralen voeden de microben, ondersteunen enzymen en zorgen dat de koe meer energie en eiwitten uit hetzelfde voer haalt, met een betere melkproductie en gezondheid als resultaat.
Spoorelementen zoals zink, jodium en kobalt spelen hierin een centrale rol.
- Zink (Zn) help de enzymen die de zuurstofoverdracht regelen en die een rol spelen in de eiwit-en koolhydraatstofwisseling.
- Jodium (I) speelt een rol in de vorming van het schildklierhormoon dat de stofwisseling regelt.
- Kobalt (Co) is erg belangrijk voor een goede synthese van vitamine B12 (cobalamine) in de pens. Deze vitamine is belangrijk voor de vertering van glucose en de aanmaak van rode bloedcellen.
B-vitamines; cruciaal voor het metabolisme van de koe
B-vitamines spelen een centrale rol in de energie- en stofwisseling van koeien. Ze werken als co-enzymen bij de omzetting van voer naar energie en bouwstoffen die nodig zijn voor melkproductie, groei en gezondheid.


Een goed voorbeeld is vitamine B1 (Thiamine), die essentieel is voor de vertering van koolhydraten. B1 helpt de pensmicroben om suikers en zetmeel om te zetten in vluchtige vetzuren, de belangrijkste energiebron voor de koe. Biotine, oftewel vitamine B8, daarentegen is belangrijk voor een gezonde klauw en huid, ondersteunt enzymen die betrokken zijn bij vet- en koolhydraatmetabolisme en vermindert het risico op mastitis. Andere B-vitamines (B2, B6, B12, niacine) spelen rollen bij eiwitmetabolisme, vetverbranding en het aanmaken van rode bloedcellen, die zuurstof transporteren voor een optimaal metabolisme.
Onderzoeksresultaten bevestigen het effect in de praktijk
De inzet van fermenten, in combinatie met spoorelementen en B-vitamines, is niet alleen theoretisch onderbouwd maar ook praktisch getest. In een studie met 840 melkkoeien werd een duidelijke verbetering in voerefficiëntie waargenomen, samen met een stijging in melkproductie van gemiddeld 1,4 kilogram per koe per dag (Provita Supplements, z.j.). Dit soort resultaten laten zien dat het optimaliseren van de vertering daadwerkelijk verschil maakt. Ook benadrukt het dat fermenten niet alleen bijdragen aan een betere benutting van het voer, maar ook direct invloed hebben op de prestaties van de koe.
Daarnaast is er een eigen onderzoek gedaan door Schaumann. Hier is gekeken naar het gecombineerde effect van fermenten, spoorelementen en B-vitamines. Daar werd een melkproductiestijging gemeten van meer dan 1,2 liter per koe per dag. Dat lijkt misschien een klein verschil, maar op jaarbasis en op koppelniveau kan dit een aanzienlijk economisch voordeel opleveren (Vital, 2022).
Conclusie
Dat een koe niet alles uit het voer haalt, is geen kwestie van fouten in het rantsoen, maar van verteerbaarheid. De celwandstructuur van planten,met name lignine, beperkt hoeveel energie en eiwit er daadwerkelijk beschikbaar komt voor de koe. Een deel van het potentieel blijft daardoor onbenut.
Juist daar ligt de kans. U hoeft niet per se méér te voeren om meer resultaat te behalen, u moet zorgen dat de koe beter bij de voedingsstoffen kan. Door de celwandafbraak te ondersteunen met fermenten, en tegelijkertijd de pensmicroben optimaal te laten functioneren met de juiste spoorelementen en B-vitamines, komt er simpelweg meer uit hetzelfde ruwvoer vrij.





