
Een hoge groei in de eerste levensmaanden is de basis voor een vaars die op tijd afkalft én goed presteert in de eerste lactatie.
Leeftijd bij het afkalven verlagen
De afkalfleeftijd van vaarzen (ALVA) laag houden is voor veel melkveehouders een belangrijk doel. Een vaars die op de leeftijd 22 tot 23 maanden afkalft, verlaagt de opfokkosten en komt eerder in productie. Toch is vroeg afkalven alleen een succes wanneer de vaars voldoende ontwikkeld is. Het gaat daarom niet alleen om de leeftijd, maar vooral om het afkalfgewicht. Een te lichte vaars heeft tijdens de eerste lactatie nog veel voedingsstoffen nodig voor haar eigen groei. Daardoor blijft er minder energie over voor melkproductie.
De uitdaging is daarom helder: vroeg én zwaar afkalven, zonder dat de vaars te vet wordt. Wie een vaars op tijd wil laten afkalven, moet al direct na de geboorte investeren in een gezonde en snelle ontwikkeling. De sleutel ligt namelijk bij de eerste levensmaanden.
Hoe zwaar moet een vaars zijn bij de eerste afkalving?
Een vaars die voldoende ontwikkeld afkalft, maakt een betere start in de melkproductie. Is dat niet het geval, dan ziet u vaak dat:
- de piekproductie lager ligt dan bij oudere koeien
- de piek later in de lactatie wordt bereikt
- de vaars tijdens de lactatie nog veel moet groeien
Het doel is daarom om vaarzen vroeg én zwaar te laten afkalven, zonder dat ze vervetten. Juist een goede balans tussen groei en conditie zorgt voor een gezonde, duurzame melkkoe.
Bij de praktijkboerderij Bel Orient is de doelstelling om vaarzen op 20 maanden 620 kg te laten wegen. Dat is ruim 90% van het volwassen lichaamsgewicht. Daarna volgen nog ongeveer twee maanden voorbereiding richting het afkalven. Een hoog afkalfgewicht ontstaat niet vanzelf. De basis wordt al gelegd in de eerste maanden. Daarom begint een lage ALVA bij een goede kalveropfok.
Kalvergroei: waarom de eerste 6 maanden zo belangrijk zijn
Wilt u de ALVA verlagen, dan begint dat niet bij de inseminatie, maar bij de eerste maanden van het kalf. Zo zijn de eerste zes maanden bepalend voor de ontwikkeling van botten en spieren. Gewicht dat in deze periode niet wordt gerealiseerd, is later lastig in te halen.
De eerste maanden zijn de enige periode waarin een kalf optimaal bot- en spierweefsel kan aanleggen. De grafiek laat zien dat dit groeipotentieel daarna snel afneemt, terwijl de aanleg van vetweefsel juist toeneemt. Een groeiachterstand in de eerste maanden is daarom nauwelijks in te halen.


Na ongeveer zes maanden verandert de groei. Extra energie wordt dan sneller omgezet in vet. Hierdoor kan vet gaan ophopen rondom het uier en de geslachtsdelen, wat een slechte invloed heeft op de productie en vruchtbaarheid. De boodschap is eenvoudig: maximaliseer de groei vóór 6 maanden. Daarna draait het vooral om gecontroleerd doorgroeien.
Streefgewicht voor vaarzen: 3-6-12 regel
Om de groei van het kalf goed te volgen, wordt er op de praktijkboerderij Bel Orient de 3-6-12 regel gebruikt. Een Holstein-kalf wordt geboren met een gewicht van ongeveer 38 kg. Vervolgens zijn dit de belangrijkste groeidoelen:
| Leeftijd | Streefgewicht |
| 3 maanden | 120-130 kg |
| 6 maanden | 240-250 kg |
| 12 maanden | 440-450 kg |
Deze eenvoudige richtlijn maakt het mogelijk om tijdig bij te sturen wanneer een kalf achterblijft.
Biestmanagement: de basis voor een snelle groei


Een lage ALVA begint met een gezond kalf. Goed biestmanagement zorgt voor minder gezondheidsproblemen en een hogere dagelijkse groei. Dit begint met een optimale opname van antistoffen. De kwaliteit van biest bepaalt voor een groot deel de gezondheid van het kalf in de eerste levensweken.
Daarom wordt bij Bel Orient alle colostrum gecontroleerd met een elektronische Brix-refractometer. Alleen colostrum met een Brix-waarde boven de 25 wordt gebruikt voor de eerste voeding. Wanneer de kwaliteit lager is, wordt deze aangevuld met colostrumvervanger zodat de gewenste hoeveelheid immunoglobulinen wordt bereikt.
Het doel is dat een kalf binnen de eerste 24 uur ongeveer 200 gram immunoglobulinen opneemt. Dat komt overeen met ongeveer 4 liter biest met minimaal 22 Brix.
Op Bel Orient worden eerst alle kalven bij geboorte gewogen. Na het wegen krijgt het kalf direct 4 liter colostrum via een sonde. Vervolgens ontvangt het nog drie voedingen van telkens 2 liter via een speenemmer. Hoogwaardige biest hoeft niet uitsluitend afkomstig te zijn van oudere koeien. Ook jonge koeien kunnen uitstekend biest produceren. Meten blijft daarom belangrijker dan aannemen.
Het belang van hygiëne rondom biest
Goed biestmanagement bestaat niet alleen uit voldoende antistoffen, ook hygiëne is essentieel. Goede hygiëne voorkomt dat kalveren al in de eerste levensdagen onnodig ziekteverwekkers binnenkrijgen. Een gezond kalf groeit beter en loopt minder snel groeiachterstand op. Daarmee vergroot u de kans dat vaarzen op tijd hun streefgewicht bereiken en op de leeftijd 22 tot 23 maanden kunnen afkalven.
Belangrijke aandachtspunten zijn:
- schone materialen voor het verzamelen van biest
- desinfectie van flessen en sondes
- gekoelde opslag van biest
- zoveel mogelijk voorkomen van bacteriële besmetting direct na het afkalven


Zo groeien kalveren sneller
Een gezond kalf groeit sneller. Waarbij snellere groei betekent dat een vaars eerder haar streefgewicht bereikt. Daarom worden er op de praktijkboerderij Bel Orient de volgende stappen genomen om de gezondheid te waarborgen:
- Kalveren worden individueel gehuisvest in droge hokken met voldoende stro. Tijdens de eerste levensweek zorgt een warmtelamp voor extra comfort, met name in de winter.
- Voor het verstrekken van melk wordt altijd gebruikgemaakt van speenemmers. Dat biedt meerdere voordelen, zoals een natuurlijke drinkhouding, een goede sluiting van de slokdarmsleuf, een langzamere melkopname en een betere vertering door extra speekselproductie.
- Na de biestperiode schakelen de kalveren over op een melkvervanger met 60% zuiveleiwit. Hoogwaardige melkeiwitten ondersteunen een hogere groei en zorgen voor meer uniformiteit binnen de koppel. Nauwkeurig afwegen is daarbij belangrijk. Kleine verschillen in dosering kunnen op termijn leiden tot duidelijke verschillen in groei.
- De kalveren beschikken altijd over vers drinkwater. Dit heeft meerdere voordelen, lees: water bij kalveren.
- De speenperiode duurt 3 weken, waarbij de melkinname geleidelijk wordt afgebouwd. Hierdoor wordt het kalf gestimuleerd om vast voedsel te eten. Rond de 2 tot 2,5 kg voer is beschikbaar voor de kalveren op het moment van spenen.
Een lage ALVA begint bij het kalf
Melkveehouders die de leeftijd bij het eerste afkalven willen verlagen, kijken vaak naar de inseminatieleeftijd of rantsoenen van oudere pinken en vaarzen. In werkelijkheid wordt het succes veel eerder bepaald.
Een gezonde start met hoogwaardige biest, goede hygiëne en goede omstandigheden voor groei in de eerste zes maanden zorgt ervoor dat vaarzen hun streefgewicht op tijd halen. Juist dat maakt het mogelijk om op 22 tot 23 maanden af te kalven, zonder in te leveren op de prestaties in de eerste lactatie.



